De herbouwwaarde is wat het kost om hetzelfde gebouw opnieuw neer te zetten, zonder de grond. Het is de basis van de opstalverzekering én van de wettelijke reservering van 0,5% per jaar. Deze calculator schat de herbouwwaarde van uw complex en zet hem naast uw polis, zodat u ziet of u onderverzekerd bent.
U krijgt de volledige opbouw per e-mail. Wilt u verder, dan staat uw VvE in het portaal al klaar met het aantal appartementen en de herbouwwaarde ingevuld — precies de velden die u toch nodig heeft voor het reservefonds en de polis.
Geen account nodig om te rekenen. U krijgt de uitkomst per e-mail met een link waarmee uw VvE al ingevuld klaarstaat. Afmelden kan met één klik — zie ons privacybeleid.
Drie dingen hangen er rechtstreeks aan. De verzekerde som van de opstalverzekering, want die hoort gelijk te zijn aan de herbouwwaarde. De wettelijke minimumreservering, want een VvE zonder meerjarenonderhoudsplan moet jaarlijks minimaal 0,5% van de herbouwwaarde reserveren. En de premie: u betaalt over de verzekerde som, dus een veel te hoge waarde kost onnodig geld terwijl een te lage waarde u bij schade de kop kost.
Dat laatste is geen theorie. Onderverzekering werkt evenredig: dekt uw polis zeventig procent van de werkelijke waarde, dan krijgt u bij elke schade zeventig procent uitgekeerd. Ook bij een lekkage van vijfduizend euro. Het gat komt bij de eigenaars terecht, verdeeld naar breukdeel.
De kern is een prijs per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Het woonoppervlak van alle appartementen wordt eerst omgerekend naar bruto vloeroppervlak, want gangen, trappenhuizen, entree en technische ruimten moeten ook herbouwd worden. Die opslag verschilt per gebouwtype: een portiekflat heeft weinig gemeenschappelijke ruimte, een galerijflat met corridor en lifthal aanzienlijk meer.
Daarna komt het bouwjaar erbij. Vooroorlogse bouw is duurder terug te bouwen dan een jarenzeventigflat: dikker metselwerk, houten kapconstructies, meer detaillering. Recente nieuwbouw ligt weer hoger door de installatietechniek en de isolatie-eisen.
Tot slot de posten die het vaakst vergeten worden. Sloop en afvoer van het beschadigde gebouw rekenen we op vijf procent. Honoraria van architect en constructeur, vergunningen, leges en bouwrente samen op veertien procent. Dat lijkt veel, maar zonder die posten staat er na een brand geen gebouw — alleen een bouwplaats.
Bij een verzekeraar telt een indicatie niet. Voor de garantie tegen onderverzekering wil een verzekeraar een herbouwwaardemeting: een gestandaardiseerde opname, meestal geldig voor vijf jaar. Die kost doorgaans enkele honderden euro's en is verplicht bij grotere complexen, bij monumenten en na een ingrijpende verbouwing. Wat dat inhoudt en wat het kost staat op herbouwwaarde taxatie.
Gebruik deze calculator dus voor waar hij goed in is: snel zien of u in de buurt zit, en onderbouwen waarom een meting nodig is als dat niet zo blijkt te zijn.
Zet de uitkomst vast bij uw VvE, samen met het MJOP, de polis en de bijdragen. Dertig dagen gratis, zonder creditcard.
Start 30 dagen gratisDe marktwaarde is wat een koper voor het appartement betaalt, inclusief de grond en inclusief de ligging. De herbouwwaarde is uitsluitend wat de sténen kosten: opnieuw bouwen op dezelfde plek, zonder grond. In een dure stad kan de marktwaarde twee tot drie keer de herbouwwaarde zijn; in een krimpregio ligt de herbouwwaarde juist vaak bóven de marktwaarde. Verzeker altijd op herbouwwaarde: bij brand moet u opnieuw bouwen, niet opnieuw kopen.
Op het polisblad van de opstalverzekering van de VvE, meestal als 'verzekerde som' of 'herbouwwaarde'. Staat er geen bedrag maar wel 'garantie tegen onderverzekering', dan heeft de verzekeraar de waarde zelf vastgesteld op basis van een taxatie of een vragenlijst. Die garantie vervalt als de gegevens niet meer kloppen — bijvoorbeeld na een dakopbouw of het optoppen van het complex.
Het is een indicatie, geen taxatie. De calculator rekent met kengetallen per vierkante meter voor 2026 en met toeslagen voor lift, garage en monumentale status. Voor een gemiddeld naoorlogs complex komt dat doorgaans binnen tien tot vijftien procent uit. Wijkt uw polis meer dan tien procent af, laat dan een echte herbouwwaardemeting doen: die is bindend richting de verzekeraar, deze schatting niet.
Dan mag de verzekeraar evenredig uitkeren. Is de verzekerde som 70% van de werkelijke herbouwwaarde, dan wordt ook van een schade van €100.000 nog maar €70.000 vergoed — ook al blijft de schade ruim onder de verzekerde som. Het verschil komt voor rekening van de eigenaars, naar breukdeel. Dat is precies het scenario waarvoor het reservefonds niet bedoeld is en meestal ook niet toereikend.
Ja, en bij de meeste polissen gebeurt dat automatisch via een indexclausule die de verzekerde som meebeweegt met de bouwkostenindex. Controleer wel of die clausule er écht in staat: sinds 2021 zijn de bouwkosten hard gestegen en een polis zonder index uit 2019 dekt inmiddels structureel te weinig. Elke vijf jaar een nieuwe meting is een gezonde gewoonte, en na elke verbouwing sowieso.
Ja, als die in de splitsingsakte tot het gebouw behoort. Een ondergrondse parkeergarage is bouwkundig duur — betonconstructie, ventilatie, brandveiligheid — en wordt bij herbouwwaardeschattingen structureel vergeten. Vink hem hierboven aan. Losse bergingen in een apart bijgebouw tellen ook mee, mits ze gemeenschappelijk zijn.